• Twee generaties Compier. De aannemersfamilie viert het 150-jarig bestaan van het familiebedrijf.

    Naomi Heidinga

Aannemersbedrijf H.P. Compier en Zonen viert 150-jarig bestaan

AMSTELVEEN Aannemersbedrijf H.P. Compier en Zonen bestaat 150 jaar. Het familiebedrijf, dat telkens van vader op zoon is gegaan, wordt nu gerund door Paul en Hein, twee neven. Compier doet allerhande klussen, van dakopbouw tot het bouwen van een complete woning. Maar ook voor een klemmende deur kun je ze bellen. Het bedrijf kent een rijke historie.

De grondlegger van het bedrijf, Hendrik Compier, kwam in 1860 naar Ouderkerk om te metselen aan de Urbanuskerk. Vier jaar later trouwde hij met Johanna Blom. Ze gingen in het Jagershuisje wonen. Naast timmermansknecht, was hij samen met zijn vrouw uitbater van het Jagershuis. Na een ruzie met zijn baas nam hij in 1868 ontslag. Dat was het begin van het familiebedrijf Compier.

VEILING Hendrik werd opgevolgd door zijn zoon Jan. Jan overleed in 1910, zijn kinderen waren nog te jong om hem op te volgen. Zijn vrouw Alida Pieters zette het bedrijf voort met meesterknecht Cornelis Kennis. In 1929 ging het Jagershuis failliet. Kennis was alles kwijt. H.P. Compier (Hein), de zoon van Jan kon met hulp van een aantal Ouderkerkers het timmerbedrijf terugkopen op de veiling.

Hein kreeg samen met Jans Sitvast zes kinderen. De vier zonen Jan, Wim, Henny en Herman kwamen al op jonge leeftijd in het bedrijf werken. In 1962 nemen Jan, Wim en Herman de zaak over. Dan krijgt het bedrijf zijn huidige naam. Compier wordt bekend dankzij grote restauraties aan het Jagershuis, Paardenburg en Wester-Amstel. "Maar vooral omdat we bij honderden particulieren over de vloer komen."

CRISIS De huidige generatie, Paul en Hein, werkt vanaf de jaren negentig in het bedrijf. Ze nemen de zaak in 2006 over van Herman. De samenwerking tussen de mannen gaat goed. "Misschien wel beter dan bij onze vaders, die hadden wel eens ruzie." De mannen hebben met de crisis geen makkelijke jaren achter de rug."Tijdens de crisis hebben we vooral veel kleinere klussen gedaan. Dakopbouwen en uitbouwen bijvoorbeeld. Het was hard werken, maar dankzij onze goede naamsbekendheid en grote vaste klantenkring zijn we de crisis goed doorgekomen."

Ze merken dat de markt nu weer is aangetrokken. "De agenda zit tot het einde van het jaar vol. We worden nu ook gevraagd voor grote klussen, zoals het bouwen van woningen. Het is zo druk dat we helaas wel eens nee moeten verkopen. Dat doen we vooral tegen grote projecten, buiten de regio. De kleinere klussen doen we zoveel mogelijk tussendoor. Ook voor kleinere klussen kunnen mensen ons bellen. Dat hoort erbij."

GOED TEKEN Het aannemersbedrijf heeft zijn succes te danken aan het goede werk dat hun vakmensen leveren. "Onze klanten zijn heel tevreden. We werken met vaste koppels. Vaak vraagt men bij een volgende klus weer om hetzelfde koppel. Dat is een goed teken. We zijn heel blij met onze medewerkers."

Het is een echt familiebedrijf. "Dat kunnen mensen bijvoorbeeld merken aan het feit dat iedereen elkaar helpt. De timmerman neemt iets mee naar boven voor de loodgieter en vice versa. We gaan samen voor het beste resultaat. Als bedrijf hebben we weinig verloop. Mensen vertrekken bij ons omdat ze gaan verhuizen of met pensioen gaan. Daar zijn we best trots op."

Het 150-jarig bestaan wordt gevierd met een feest voor vrienden en relaties. Ook staat er een weekendje weg op het programma, met alle werknemers en hun echtgenoten.