• Bladmineerders zijn verantwoordelijk voor de gangen in bladeren.

    Piet de Boer

Insectensporen in bladeren

AMSTELVEEN Regelmatig vertelt een natuurgids van IVN Amstelveen in deze rubriek over de natuur. Dit keer gaat Ton Zijp in op Mineerders.

Op een of andere manier vinden we dat wat klein is in de natuur extra leuk. Pasgeboren poesjes (verkleinwoordjes vinden we ook heerlijk om te gebruiken), pas ontluikende bloemen (snakkend naar licht, water en bijen) en kabouters met 'relatief' veel te lange baarden en puntmutsen. Bij dat laatste voorbeeld dient de rare verhouding tussen 'te lang' (baard en puntmuts) en de zogenaamde korte lengte van de kabouter zelf om iets te benadrukken. Namelijk dat dát wat anders is, maar klein, ons aan het denken zet. Je gaat je automatisch afvragen waarom dit soort verschijnselen ons in het alledaagse leven nog niet eerder opgevallen zijn. Want geef nou toe: heeft u al eens de mogelijkheid gehad om de vraag te stellen waarom zo'n grote hoed aan een kabouterhoofd vast zit en daar een zinnig antwoord op gekregen?


Het probleem met klein is alleen dat je het gemakkelijk over het hoofd ziet. Neem bijvoorbeeld een simpel blad. Een blad van een plant in uw achtertuin, of beter nog: van de boom op de hoek van de straat. In bomenrijk Amstelveen zijn er genoeg te vinden. Aan een boom hangen dermate veel bladeren, dat je door die veelheid automatisch gaat denken ze er allemaal hetzelfde uitzien. Niets is minder waar, want als u nog eens beter kijkt zal u zien dat er andere organismen maar wat graag willen profiteren van die groene weelde. Dat bladgroen is behoorlijk voedselrijk en doet jonge insecten voorspoedig groter groeien.


Bepaalde insecten leggen namelijk eitjes in bladeren. Dat eitje wordt een larve en die heeft voedsel nodig. Blij dat hij overheerlijk bladgroen om zich heen vindt als hij uit de dop komt, vreet de larve zich een weg door zijn maaltijd. En terwijl hij zichzelf een gang, mijnen worden deze genoemd, door het blad eet, poept hij achter zich de stoffen uit die z'n lichaam niet echt nodig heeft. Dus naast een gangenstelsel dat wit, geel tot bruinig kleurt, kan je in dat spoor van de kronkelende bladmijn een poepspoor zien. En naarmate de larve dankzij de copieuze dis verder groeit, worden deze mijnen breder. Elke 'bladmineerder', zoals de insecten worden genoemd die verantwoordelijk zijn voor deze gangen, heeft zijn eigen wijze om zich een weg door het bladgroen te eten. En aan dat spoor kan je, als je tegelijkertijd weet van welke boom het blad afkomstig is, afzien welk insect zich in het blad bevindt.


Nou zijn er diverse soorten insecten die bladmineerders voortbrengen: kevers, vliegen, zaagwespen en vlinders. De larven van de laatste groep heten rupsen. Die hebben poten in tegenstelling tot de kleintjes van de andere groepen. Een rups kan door die poten steeds een stapje vooruit bewegen. Bij gebrek aan poten moeten de andere larven zich van de ene zij op de andere wentelen om vooruit te komen, waardoor zij een kronkelend spoor van poep achter zich laten.

Dus vindt u een recht spoor in zo'n bladmijn, dan weet u voortaan dat u met een toekomstige vlinder te maken hebt.

Ton Zijp