• Een van de kramen op biologische markt in het Stadshart.

    René de Leeuw
  • De biologische markt op een druilerige dinsdagochtend.

    René de Leeuw

Wekelijkse biomarkt hapert

AMSTELVEEN Het loopt stroef met de biomarkt op dinsdag in het Stadshart. Klandizie loopt terug, standhouders vertrekken, de marktmeester is er zelden en de kooplieden moeten meer hun best doen. Toch verschijnen er ook nieuwe kramen.

René de Leeuw

Eén oorzaak van de terugloop is het vertrek van Japanners uit Amstelveen. "Op de markt komen veel expats," zegt Wichard van Dongen uit Brabant, die biologisch brood en banket verkoopt. "Japanners zijn gewend aan de prijzen in hun land en biologisch voedsel is daar verder ontwikkeld. De markt moet zeker blijven. We verkopen hier tal van eerlijke producten, zonder toevoegingen. Gezonder en beter voor het milieu. Ook glutenvrije producten. Op de markt voelen we ons soms ook maatschappelijk werkers. We zijn een uitje voor ouderen die weinig hun huis uit komen. We maken vaak een praatje, over hoe de producten worden gemaakt." Voor Van Dongen loont de rit uit Brabant nog wel, maar er zijn recent ook kooplieden afgehaakt. Sommigen vinden het staangeld tamelijk hoog. "Toen de markt beter draaide, was geen probleem," zegt groentehandelaar Bas Otte. "Nu er minder klanten komen, is de verhouding tussen staangeld en omzet minder gunstig."

SUPERMARKTEN Een nieuwe kraam is Biogroentenathome van Ruben en Judith, die ook zelf kweken. Volgens Ruben kampen biomarkten in het algemeen met terugloop. "Supermarkten verkopen meer biologische producten en er komen steeds meer ecowinkels," zegt hij. "Toch is er verschil. Supermarkten kopen in tegen lage prijzen, waardoor producenten goedkoper gaan werken. Bijvoorbeeld door biologisch afbreekbare bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Dat levert toch een mindere kwaliteit op." Willem Quaak van kaaskraam Biosmaak meent dat de terugloop ook deels komt door de kooplieden zelf. "Je moet hier zijn van negen tot vier uur," vindt hij. "Sommigen stoppen al om twee uur. Dan komen klanten voor niets."

Standhouders die zich niet aan de tijden houden, waren ook een ergernis voor Perry Falter van Ecoville, die recent stopte met zijn groentekraam, waar hij veel Japanse groenten verkocht. "Ik heb hier zeventien jaar een prima markt gehad," zegt hij. "Ik ben gestopt om persoonlijke redenen, maar de situatie op de markt maakte mijn beslissing wel makkelijker." Hij vindt dat de gemeente weinig doet: "Eigenlijk niets. De marktmeester zie je zelden. Maar een goede markt begint met handhaving. Dat er controle is, iedereen zich aan de tijden houdt en alles op z'n plek staat." Falter vergelijkt Amstelveen met Dordrecht, waar hij aanzienlijk minder geld kwijt is. "Daar zijn vier marktmeesters en er zijn er altijd aanwezig. Zij controleren en zorgen voor eensgezindheid onder de kooplieden. Verder promoot de gemeente de markt in de plaatselijke krant." Falter stuurde het college een brief met de oproep meer te doen voor de markt.

FACILITEREN De gemeente zegt te faciliteren, dat er kramen zijn, dat er stroom is en er na afloop wordt schoongemaakt. "En dat als er een plek vrijkomt, er een nieuwe ondernemer komt," zegt gemeentewoordvoerder Tim Bakker. "Daarbij houden we in de gaten dat er niet bijvoorbeeld alleen groentekramen staan." Volgens Bakker is het staangeld vergelijkbaar met elders en hoeft de marktmeester er niet altijd te zijn. Op de tijden van komen en gaan kunnen de kooplieden het beste elkaar aanspreken: "Dat is beter dan dat wij schorsen. Reclame is een zaak van de markt zelf. Anders moet de gemeente dat ook voor andere ondernemers doen."